Kaapverdië juli - augustus 2013

Relax, Cabo Verde


Na maandenlange voorpret is het dan eindelijk zo ver, we zitten in het vliegtuig van Brussel naar Sal met een korte tussenstop op Boa Vista. Eenmaal in de buurt kunnen we vanuit de lucht de verschillende eilanden al redelijk zien liggen, met name de zandvlaktes zijn goed te zien.

We landen eerst op Boa Vista waar verschillende passagiers uit en instappen. Naast mij komt een oudere man zitten die er doorleefd uit ziet. Twijfelachtig zeg ik hem gedag, niet wetend of hij überhaupt Engels spreekt. Het duurt even voor we weer opstijgen maar na een tussenstop van een half uurtje gaan de deuren weer dicht en vertrekken we naar Sal. De man hoort ons praten en vertelt in gebrekkig Nederlands dat hij op weg is naar Sao Nicolau om zijn familie te bezoeken. Hij werkt al veertig jaar in de Rotterdamse havens en reist eens per drie maanden naar Kaapverdië om zijn gezin op te zoeken.
Sjee... dit willen we hebben! Echte locals... yeah!

 

Sal

 

Bij aankomst op Sal wensen we de man het beste en lopen door de aankomsthal naar buiten. De taxi’s staan al klaar en zien er uit alsof ze al vijftien jaar niet gekeurd zijn. We kiezen de meest acceptabele maar krijgen te horen dat we netjes de voorste moeten nemen. Een krot...

 

Onderweg naar Santa Maria, waar we onze eerste nachten in een luxe hotel hebben geboekt houden we de chauffeur goed in de gaten. Achterdochtig door de vele verhalen die we hebben gelezen proberen we alvast stiekem geld tevoorschijn te halen. De chauffeur is echter de goedheid zelve en houdt netjes de deur voor ons open. Hij pakt met een glimlach de tassen uit de achterbak en een fooi accepteert hij niet.

We gooien onze spullen op de kamer en haasten ons naar het hotel-restaurant voor een verfrissend drankje en een hapje eten. Het terras staat op palen en kijkt uit op zee, ziet er lekker idyllisch uit. 

Een vriendelijke en welgemanierde ober brengt ons een Kaapverdisch biertje en wat brood met olijven. De zon schijnt, het is zo’n 29 graden en er ruist een zacht briesje langs m’n lichaam. Onder de grote parasol met een koel biertje in de hand zijn we de lange reis alweer vergeten en wanen we ons in een tropisch walhalla. Waah this is the life!

 

Na een heerlijke douche en een dutje op het fijne bed, verkennen we het hotel en de buurt.

Het is inmiddels rond zessen en we zullen toch ook eens iets moeten eten. We besluiten vandaag maar op het mooie hotel-terras aan zee te eten. De klotsende golven, de ondergaande zon en een stevige maaltijd, wat wil een mens nog meer.

We duiken er vandaag vroeg in vandaag en slapen als een beer in diepe winterslaap.

 

‘s Morgens worden we relaxed wakker en na het ontbijt denken we na over wat onze volgende bestemming zal zijn. Er is wifi in het hotel en we proberen met de reisgidsen en onze mobiele telefoon een keuze te maken uit de diversiteit aan eilanden. We kiezen Sao Vicente om van daar uit door te reizen naar het veelbelovende Santo Antao.

Een boot naar Sao Vicente is er niet en een binnenlandse vlucht kan je alleen boeken als je een Kaapverdische betaalkaart hebt. We nemen een taxi naar het vliegveld en boeken daar een vlucht naar Sao Vicente voor over twee dagen. Terug in Santa Maria boeken we een hotel in Mindelo op Sao Vicente en zijn we alweer toe aan een maaltijd.

 

Op de lange witte stranden is het goed vertoeven, er is veel te zien. We kijken naar de surfende jeugd die zich maar al te graag uitsloven voor wat publiek.

De Kaapverdianen hebben in Santa Maria een centrale ontmoetingsplek, de grote aanlegsteiger waar bijgekletst wordt en diverse vissers hun waar proberen te verkopen. Vissen worden ter plekke ontdaan van hun organen en het hout van de steiger is dan ook doordrenkt met vissenbloed met hier en daar een hoopje derrie. We lopen vrij relaxed tussen de menigte en voelen ons eigenlijk best op ons gemak. De mensen zijn over het algemeen erg vriendelijk en behulpzaam.

We hebben nog één dag op Sal dus huren een auto voor een roadtrip door het maanlandschap. Veel is er niet te zien op dit eiland, maar de zoutmijnen staan op het toeristische lijstje en zijn zeker de moeite waard.

 

Aan de andere kant van het eiland ligt een havenstadje waar we ook een kijkje nemen. De kleine oude haven is druk bevolkt omdat er verder niets te doen is in dit toch kleurige dorp. Op de steiger worden een aantal grote zwaardvissen onthoofd en ontdaan van hun ingewanden, yuck lekker hoor. Het restafval wordt direct naast de steiger in zee gedumpt waar nog geen twintig meter verder een aantal kindertjes heerlijk aan het zwemmen zijn. 

Na een uurtje hebben we het wel gezien en rijden terug naar ons hotel.

 

De volgende dag nemen we een nóg gammelere taxi naar het vliegveld waar we ontdekken hoe het Kaapverdische leven ook kan zijn; uren staan we in de rij om in te checken terwijl de mevrouw achter de incheckbalie met iedereen heel relaxed een praatje maakt. Daarnaast houdt niemand zich aan de bagageregels dus moet er constant overlegd worden… ach, we hebben weinig keus en leggen ons er bij neer.

Als we eindelijk aan de beurt zijn is de vertrektijd van ons vliegtuig naar Sao Vicente al dik verstreken en met klotsende oksels rennen we naar de gate, waar een douanebeambte wenkt dat we rustig aan moeten doen. Rennen? Dat doe je niet op Kaapverdië.

Scroll naar beneden voor het vervolg...

Sao Vicente

 

Bij schemering komen we aan in Sao Pedro op het eiland Sao Vicente, we kunnen nog net de contouren van bergen zien, een verademing want die platte vlakte op Sal ben je snel zat.

In de inmiddels bekende gammele taxi rijden we na een lange reisdag naar ons hotel in Mindelo. Het is een mega groot hotel, midden in de stad vlakbij de haven. Het lijkt of wij de enige gasten zijn. De receptioniste is uiterst vriendelijk spreekt amper Engels en rekenen kan ze al helemaal niet. Als we een wifikaartje kopen van 620 esc. en betalen met een briefje van 1000 kan ze er maar niet uitkomen hoeveel we terugkrijgen. Met rekensommetje op een kladblaadje leggen we haar uit hoeveel het zou moeten zijn.

Na een tip van de portier van het hotel eten we in een klein restaurantje om de hoek op een dakterras waar je enkel lokale bevolking vindt en zacht een bandje speelt. Moe maar voldaan strompelen we na een maaltijd en een paar biertjes naar ons bed.

 

Op dag twee in Mindelo maken we een stadswandeling, de wandeling in onze reisgids blijkt al snel waardeloos dus we lopen maar wat. De haven is hier duidelijk een stuk belangrijker dan op Sal.

We ontdekken een café, waar de oudere heren uit de buurt bijpraten onder het genot van een kopje koffie. Er wordt direct plaats voor ons gemaakt en de eigenaar vertelt over zijn zoon die in Rotterdam woont. Hij spreekt zelfs een woordje Nederlands, ‘hallo’ zegt hij trots.

Boven het café bevindt zich een restaurant met een balkon waar we na een nieuwe stadswandeling een pizza en bier bestellen. Kaapverdië heeft niet echt een eigen keuken en de vele vis, wortel en rijst ben je snel zat. Onze bestelde pizza blijkt dik belegd met diverse verse groenten en schuift waanzinnig goed naar binnen...

 

We lopen nog eens naar de haven om daar uit te vissen hoe we naar Santo Antao kunnen reizen. Op Santo Antao is geen vliegveld dus onze enige optie is een boot. We kopen tickets voor de boot van de volgende ochtend half acht. Vanaf de haven kun je Santo Antao zien liggen, de masten van boten die voor de hoge bergen liggen, de vogels en de ondergaande zon zorgen voor een romantisch plaatje. 

 

Er is vanavond een groot festival net buiten de stad waar de hele Kaapverdische bevolking naar toe gaat. Er treden diverse bands op en het schijnt er vrij ruig aan toe te gaan. Dit zou je natuurlijk niet mogen missen maar we zijn erg moe en duiken gewoon lekker vroeg ons bed in. Het festival is vanuit onze hotelkamer duidelijk te horen, maar de slaap wint.

 

scroll naar beneden voor het vervolg...

Santo Antao

 

Na een stevig ontbijt en een reistablet (de overtocht schijnt genadeloos te zijn) vertrekken we om 6:30 met onze tassen naar de haven. Even over half acht vertrekt de boot en lijken de geruchten al snel waar; zeker de helft van de reizigers op de boot zijn misselijk en de uitgedeelde zakjes blijken zeker geen overbodige luxe. Na een zware overtocht van anderhalf uur zien we de hoge bergen van Santo Antao liggen en kunnen we niet wachten om meer te zien.

Een moderne aanlegplaats voor de veerboot waar onze chauffeur al staat te wachten. Hij brengt ons naar zijn busje waar hij onze tassen vastbindt op het dak. We moeten even wachten bij de bus en al snel komen er nog een paar passagiers bij. Wanneer de bus vol is vertrekken we richting het binnenland. De teleurstellende grauwe en kale omgeving verandert al snel in een groene oase. We kijken onze ogen uit en hebben bijna niet door hoe we met hoge snelheid over veel te smalle bergweggetjes rijden. De chauffeur stopt een aantal keer om wat mensen mee te nemen die langs de weg lopen en maakt hier en daar een praatje met een bekende.

Na een hobbelige trip van anderhalf uur zijn we tien jaar ouder maar ontzettend blij met de keuze voor Santo Antao, wat is het hier schitterend!

 

Bij het dorpje aangekomen worden we opgewacht door een vrolijke rastafari, hij blijkt gids van het pension. We lopen over een afgebrokkelde bergriggel langs wat huizen, door een achtertuin naar het knalgele pension met drie kamers, waar we hartelijk worden ontvangen door de vriendelijke Portugese eigenaar. Het regent stevig en onder het afdak van het dakterras kijken we wat uit over de groene vallei. Met een spelletje en een boek krijgen we onze tijd wel om. ’s Avonds valt de stroom uit en bij kaarslicht nuttigen we een heerlijke maaltijd, bereid door de eigenaresse van het pension. Stroom is een groot probleem op Santo Antao, omdat niet alle wegen begaanbaar zijn kan het soms wel dagen duren voor het probleem verholpen is. We duiken er vroeg in want de volgende ochtend willen we als het droog is een lange wandeling maken.

 

Zo gezegd zo gedaan, na het ontbijt schrijft de eigenaar wat namen van dorpjes op een briefje die we moeten volgen. Dat is onze routeplanner. Ik maak snel een foto van de plattegrond. Spannend zeg. 

Als we met water en voedsel bepakt lopen in de richting die ons wordt aangewezen en komen de gids weer tegen, hij begroet ons heel enthousiast. Hij gaat niet mee dus we laten hem babbelend achter met een dorpsgenoot.

De wandelroute leidt ons door de bergen richting de hoogste top in de buurt, een smal, soms onbegaanbaar pad over een bergkam met een grote diepte aan beide kanten. Het uitzicht vanaf de top is adembenemend, helaas kunnen we door de mist niet erg ver kijken maar we zien de zee en ons pension. Ons pension… een piepklein geel stipje in de verte. De afdaling naar het laagste punt is niet gemakkelijk en af en toe vragen we de weg, want een echte route is het niet en ook houden soms de weggetjes ineens op. De pittige wandeling gaat verder over smalle paadjes en door kleine dorpjes in het dal waar mensen amper een vreemdeling hebben gezien. Mensen die geen geld kennen maar leven van wat ze zelf verbouwen en ruilen met omliggende bewoners. We wandelen een paar eeuwen terug in de tijd, waar een televisie volledig onbekend is en de kinderen nog uren moeten lopen om bij een school te komen.

We overwinnen wat wilde rivieren en een stevige rotspartij om uiteindelijk weer bij een ‘doorgaande’ weg uit te komen. De omgeving ziet er redelijk bekend uit en besluiten op een Alouer te wachten. Dit zijn pick-uptrucks die de hele dag heen en weer over het eiland rijden en mensen van A naar B brengen voor 100 esc. Onderweg wordt er gestopt en stapt een jonge moeder in met haar baby en een hele hoop bagage. Het past natuurlijk allemaal. Voor ik het weet heb ik een baby in m’n armen terwijl de moeder haar spullen bij elkaar zoekt.

Veel impressies, een hobbelige rit, vermoeide benen en ‘n zonnesteek zorgen ervoor dat we terug in onze kamer als een blok in slaap vallen.

 

Dag drie willen we het rustig aan doen en verkennen we het dorp. We zien drie jongetjes van rond de 10 jaar. Een van hen roept ‘bonjour!’ tegen ons, de anderen vinden dit maar gek en geven hem verbaasd een standje. Ik loop nieuwsgierig naar ze toe en zeg bonjour terug. Ça-va, klinkt het en de jongetjes lachen. Ze leren kennelijk een paar woorden Frans op school. Met handen en voeten proberen we wat te converseren en dan hoor ik er een zeggen ‘photo?’ Ahhh een foto… tuurlijk! Ik maak een foto van het drietal en meteen willen ze op het schermpje de foto bekijken. Ze komen niet meer bij van het lachen en willen er graag nog een. We zwaaien ze gedag en geven ze een Hollands snoepje die ze gretig aanpakken maar voorzichtig proeven. Ik vermoed dat ze het snoepje niet hebben opgegeten.

 

We plannen onze volgende stap en vertrekken de volgende dag al vroeg naar de haven. De weg terug is verreweg het bijzonderst; onderweg stapt een jongetje in met een kip in zijn armen terwijl ik een slapend meisje op schoot heb en wordt platgedrukt tussen twee dikke dames. Nooit geweten dat je in een gammele minibus met 18 volwassenen, twee kinderen en een kip een rit van anderhalf uur over afgebrokkelde bergweggetjes kan overleven.

 

Onze dagen op Santo Antao waren indrukwekkend. Het back to basicgevoel overheerst en doet je beseffen hoe goed we het hebben in Nederland.

Santiago

 

We varen terug naar Mindelo waar we een nacht blijven en vanuit het vliegveld een vlucht boeken naar Santiago. Onze ervaring met vliegvelden blijft onveranderd en na uren te hebben gewacht kunnen we aan boord en vertrekken we naar onze volgende bestemming.

 

In Praia hangt een muffe geur, de stranden zijn erg vies en op straat zie je overal dubieuze plasjes en zwerfvuil. De vervallen huizen, lelijke gebouwen en vieze straten zeggen ons dat we hier waarschijnlijk niet lang blijven. Ons hotel ligt anders dan aangegeven op de website in een onverzorgde buitenwijk maar is van binnen verrassend modern.

Oh wat heerlijk, een echte douche… en dat bed! We eten een hapje in een plaatselijk restaurantje waar we tussen de locals onverwacht kunnen genieten. Gewone mensen uit de buurt eten hier met hun gezin. De serveerster vindt het erg spannend om ons te mogen bedienen en doet enorm haar best met de paar woorden Engels die ze kent.

 

De eerste nacht bevalt prima en we besluiten er maar het beste van te maken zolang we hier toch zijn. Als we een lange stadswandeling maken ontdekken we een kazerne, er zitten wat militairen bij de achterdeur te zingen en speelt gitaar. Een dromerig tafereeltje, maar ik durf geen foto te maken. Een stuk verder lopen we langs een ambassade waar een vrouwelijke militair de wacht houdt. We blijven even staan waarop ze haastig wenkt dat we meer afstand moeten nemen en door moeten lopen. Ze ziet er uit als of ze het meent, dus dat doen we dan ook maar braaf. Dit was zo’n beetje het hoogtepunt van onze wandeling.

 

Die avond is er in het centrum een soort festival, we begrijpen niet goed wat de aanleiding is maar gaan er toch naartoe. Het is erg donker en als we op een vol plein de enige blanken zijn voelen we ons toch niet erg op ons gemak. Er is geen muziek en de mensen lijken een beetje te staan kletsen.

De mensen zijn hier duidelijk wat minder vriendelijk en omdat we niet goed weten wat we van deze bezoekers kunnen verwachten verlaten we de drukte en houden een taxi aan. En wat voor een.

Inmiddels zijn we heel wat gewend, maar we vragen ons af wat er niet kapot is aan deze auto. Afgezien van de blikschade maak de wagen verontrustende geluiden en moet de chauffeur moeite doen om recht op de weg te blijven. De chauffeur is een vriendelijke jongeman die erg trots is op zijn eigen taxi, het is niet veel maar hij is van hem en brengt brood op de plank. We betalen hem en geven hem een fooi die hij maar met moeite kan aannemen.

Bij het hotel drinken we een biertje en duiken we lekker het bed in. Morgen vliegen we naar Sao Nicolau.

Sao Nicolau

 

Sau Nicolau is een van de meest authentieke eilanden, de bevolking is erg vriendelijk en de dorpjes lijken in de tijd te hebben stilgestaan. De terminal is een kleine eenvoudige doos in de middle of nowhere. Bij aankomst worden alle passagiers in een hal opgesloten, waar geen ruimte is om te lopen of te zitten, het lijkt wel een sauna. Wij staan naast een afgesloten raam in de zon weg te branden. We hebben voldoende afleiding want we kunnen precies zien wat er met het vliegtuig gebeurt, de afstand is maar 20 meter dus we missen niets. Er staan vijf mannen in overalls met een grote kar. Ze laden zo’n veertig koffers en tassen stuk voor stuk met op de kar door deze aan elkaar door te geven. Af en toe ligt er een tas net niet helemaal goed op de kar dus wordt er weer wat bagage af gehaald en opnieuw neergelegd. Na drie kwartier wordt de volle kar 15 meter in de richting van de terminal geduwd. De vijf mannen zijn allemaal heel druk met uitleggen hoe de ander moet duwen. Op 5 meter afstand van de terminal wordt de kar gestopt. In de muur van onze hal is een luik naar buiten, de bagage wordt stuk voor stuk van de kar naar het luik gedragen en er doorheen geduwd. Als we als een van de laatsten onze tassen krijgen vluchten we snel naar buiten de frisse lucht in.

 

Ons pension ligt in Ribeira Brava en is niet makkelijk bereikbaar met het busje. De straatjes van het stadje zijn smal, hobbelig en stijl, maar toch weet de chauffeur ons er met gemak doorheen te loodsen. De bazin van het pension, een streng ogende stevige dame van rond de zestig ontvangt ons hartelijk met een heerlijk koel biertje.

Na een wandeling door de mooie stad ontdekken we het plaatselijke café waar de mannen samenkomen voor een biertje en een babbel. Er wordt al snel plaats gemaakt als blijkt dat we ook wel een biertje lusten. We proberen wat kennis te maken en zien een vrouw aan komen lopen met een grote mand op haar hoofd. De mand zit vol met kleine mangootjes, dat moet toch minstens 30 kilo wegen maar met gemak tilt ze het van haar hoofd. Ze veegt het zweet van haar hoofd lijkt mopperend aan de anderen te vragen wie wij waren. Ik hoor een van de mannen ‘Holland’ zeggen waarna de vrouw vriendelijk naar ons glimlacht en weer verder moppert.

 

We willen de volgende dag gaan wandelen en stippelen onze route uit. Een kilometer of twintig verderop ligt een natuurpark met een hoge berg en een goeie wandelroute. We nemen op de heenweg een busje die een behoorlijk eind moet omrijden, maar ons uiteindelijk van 40 kilometer vlak voor de ingang van het natuurpark dropt. Sau Nicolau is een aantrekkelijk eiland met veel te zien. Boeren die op het land werken met ouderwetse werktuigen en ezeltjes, de verschillende hutjes en huisjes in het groene landschap. Het is opvallend dat je veel jonge meisjes kilometers langs de weg ziet lopen om water of een grote gasfles te halen.

 

De wandeling in het natuurpark is geweldig en vooral het uitzicht bovenop de berg is een lust voor het oog. We besluiten de terugweg te lopen en kopen wat koekjes in een dubieus bakkerijtje.

Onderweg blijkt waarom het busje zo heeft moeten omrijden, de korte weg terug naar de stad is geblokkeerd door een enorm rotsblok dat ooit eens naar beneden is gevallen en nooit is opgeruimd. Men legt zich er bij neer en bedenkt een alternatieve route.

 

Voor het diner kunnen we kiezen uit vis of geit. De vis kennen we inmiddels wel dus gaan voor geit.

De vrouw des huizes schotelt ons een bord voor met daarop een duidelijk herkenbaar lammetje gedeeld voor ons tweeën. De groenten erbij zijn hetzelfde als altijd: wortel en aardappel.

 

We willen wat meer van het eiland zien dus nemen we een busje naar Tarrafal. Dit schijnt dé stad van het eiland te zijn dus off we go! We zitten zo’n tweeëneenhalf uur in de bus en komen weer langs het natuurpark waar we gisteren hebben gewandeld.

Dit gedeelte van het eiland is erg kaal. Het regenseizoen is ook amper begonnen dus alles is dor en zanderig. Tarrafal heeft een zwart strand en ziet er op het eerste gezicht best gezellig uit. Het is bloedheet vandaag dus lopen in de zon is vragen om problemen. We drinken een drankje op een overdekt terras en sjokken van schaduw naar schaduw richting de haven.

Een klein haventje waar mensen druk met hun handeltje bezig zijn. Een paar jongetjes zwemmen naar een bootje en als we een foto willen maken zwaaien ze of hun leven er vanaf hangt.

Af en toe zien we een hele snelle vis langs zwemmen. Het schijnt dat hier kleine haaien zitten dus wachten we gebiologeerd af tot de vis weer voorbij komt.

Na een uurtje zijn we het zat in de hitte en nemen het eerstvolgende busje weer terug naar Ribeira Brava.

 

In Ribeira Brava hebben we een leuk cafeetje ontdekt. Een jonge alleenstaande moeder runt de tent en schijnt pas een week open te zijn. Haar zoontje hobbelt vrolijk rond terwijl mams de drankjes rondbrengt. Het is Afrikaans ingericht en ziet er netjes en schoon uit. Op de kaart staan ook was kleine gerechten dus bestellen we een broodje hamburger. In de open keuken zien we precies wat er gebeurt, het broodje wordt met liefde bereid. Wanneer de stroom uitvalt komen de kaarsen op tafel en met wat zoekwerk kan ons broodje gereed gemaakt worden inclusief een heerlijke saus. Misschien ligt het aan de omgeving maar dit is het lekkerste broodje hamburger bij kaartlicht OOIT!

We hebben het grootste deel van de vakantie erop zitten en vliegen weer terug naar Sal om daar de laatste dagen nog te genieten van wat luxe en na te genieten van al het moois dat we hebben meegemaakt.

Omdat het eerste hotel in Santa Maria zo goed beviel, zitten we daar voor de tweede keer en het valt wederom niets tegen. Er zijn nog een aantal dingen die we wilden doen, waaronder snorkelen. We maken een afspraak voor de volgende dag bij een tent aan het strand. Helaas regent het die dag veel waardoor onze snorkelafspraak de volgende dag niet erg succesvol is. Het water is troebel dus veel vissen zien we niet en dat wrak op de bodem is ook niet zo spectaculair als in de reisgids staat omschreven. Voor mij is dit de eerste keer snorkelen dus ik laat mijn pret er niet door drukken.

Tegen de avond ontdekken we dat we tijdens het snorkelen behoorlijk verbrand zijn ondanks onze voorzorgsmaatregelen. Daar zitten we dan met een knalrood gezicht en pijnlijke schouders.

We dobberen wat in zee en drinken hier en daar een drankje op het terras. Met het zonnetje, een heerlijk briesje en een schitterend uitzicht op de witte stranden en azuurblauwe zee dommelen we nog even weg.

Het is inmiddels half augustus en je merkt dat het regenseizoen er aan komt. Elke dag regent het een beetje meer en het wordt tijd op naar huis te gaan.

 

Onze conclusie: Cabo Verde… relax...

Check onze andere bestemmingen voor meer reisverhalen!


-