Indonesië mei-juni 2015

Ons reisverhaal

De keuze is gemaakt, we gaan naar Indonesië!

 

Enkele maanden van te voren hebben we een ticket naar Jakarta geboekt met het idee om van daaruit wel te zien waar we heen gaan. Op zoek naar een leuk hotel voor de eerste twee nachten komen we uiteindelijk uit op Bali. Helaas kunnen we de tickets niet meer omboeken en rechtstreeks naar Bali vliegen, dus we kiezen voor een vlucht van Jakarta naar Bali met Air Asia. Een heerlijk vooruitzicht om na maanden werken en een lange reis, lekker een paar nachtjes aan het strand van Bali te relaxen.

 

Tijdens onze vlucht naar Jakarta doen onze TV-schermpjes het niet, maar gelukkig zitten we naast Ron. Een gezellige Nederlandse man die met zijn vrouw en kind in Indonesië woont. We kletsen de hele vlucht en missen alle drie het schermpje totaal niet. We doen ons beklag bij de stewardess, die er meteen een melding van maakt.

Bij aankomst op de luchthaven van Jakarta halen we een mooie stempel voor in ons paspoort, gelukkig vallen de veel gevreesde rijen bij de visa-balies reuze mee en na een half uurtje hebben toestemming om Indonesië in de gaan. Zo, nu eerst de vlucht naar Bali en dan kunnen we relaxen. Inmiddels zijn we al zo'n 21 uur onderweg, maar nog aardig fris en fruitig.

Na even zoeken blijkt onze vlucht vanaf een andere terminal te vertrekken. Zoveel tijd hebben we niet dus de paniek slaat lichtelijk toe. Buiten vragen we of er een bus naar die terminal gaat maar daar lopen we al meteen tegen een enorme taalbarrière op. Niemand spreekt Engels! HELP!

We gokken erop dat de jeugd beter Engels spreekt dan de wat ouderen dus spreken een jong meisje aan. JA raak... ze vertelt ons in haar haast welke bus we moeten hebben en weg is ze. We scannen de verkeerschaos op bussen maar weten er nog geen een te spotten. We besluiten een taxi aan te houden en op het moment dat we instappen beseffen we dat we nog helemaal geen Indonesische Rupiah hebben. slik.

De jonge taxichauffeur spreekt maar twee woorden Engels. Daar gaat onze theorie.

Hij doet toch erg z'n best om contact te maken en zegt wat dingen in het Indonesisch. Dan noemt hij het woord "home" en wijst naar ons. We maken hieruit op dat hij wil weten waar we vandaan komen en zeggen "Holland", maar dat begrijpt hij niet meteen. Even later zegt hij blij "Ahhh Belanda!" Ik had deze benaming al eens voorbij horen komen dus bevestigde zijn reactie, YES Belanda! 

Onderweg naar de andere terminal is het overal druk, een ritje van een kilometer duurt inmiddels al tien minuten, rode lichtjes in een oneindig lange rij. Als we bij de afslag aankomen zien we de terminal al en zeggen dat we willen betalen. Het kost omgerekend 90 eurocent, we geven hem vol schaamte de 2 dollar die we hebben en rennen al sorry roepend de taxi uit. Het regent, het is donker en vreselijk druk met toeterende auto's. Als een stel hinden slalommen we tussen de automassa door, springen we over hekjes, ontwijken we op een haar na een verkeersregelaar en komen net op tijd bij de incheckbalie aan. Pfoeh adem in adem uit.

 

Aangekomen in Kuta blijkt het hotel erg smaakvol, maar helaas functioneert het slot van onze kamerdeur niet zo best. We komen 's avonds rond 23:00 aan en als we de spullen op de kamer hebben gebracht en naar beneden willen gaan voor een biertje krijgen we de kamerdeur niet meer open en moet de beveiliging erbij komen. Ook hen lukt het niet, dus wordt er een klusjesman bijgehaald. In de tussentijd zitten we beneden aan de bar te wachten en beginnen best wel in te storten. We krijgen een andere kamer aangeboden maar zonder onze bagage en alleen de kleren die we inmiddels al ruim 25 uur aan hebben lijkt ons dat geen aantrekkelijk idee. We maken wat stampei en uiteindelijk is de kamer toch open. Alsnog krijgen we een andere kamer, want het slot ligt op de grond. We hebben in elk geval onze spullen weer en kunnen ons opfrissen. Knock out vallen we op bed en in de ochtend worden we net op tijd wakker voor het ontbijt.

De ontbijtzaal is indrukwekkend. Erg gezellig en heerlijke hapjes én een balkon met uitzicht op zee. Die hadden we nog niet gezien, aangezien we laat zijn aangekomen.

 

We besluiten die dag maar wat door het stadje te lopen en misschien even lekker zwemmen. Kuta is een gezellig stadje, veel verkeer maar wel leuke cafeetjes. We slenteren wat en lunchen ergens een lekker pittig bordje nasi met een heerlijke Bintang. Bier in de middag met een jetlag is natuurlijk vragen om problemen, dus terug bij het hotel aangekomen storten we compleet in op ons bed en slapen een paar uurtjes. We kijken de zonsondergang op het strand en na een lekkere maaltijd en nog wat bier hebben we genoeg slaap over om de nacht nog eens door te halen.

Scroll naar beneden voor het vervolg...

De volgende ochtend vertrekken we naar de bus stop van Perama Tours. Een goed georganiseerde maatschappij met transfers en tours. We hebben een transfer gereserveerd naar Ubud, waar we drie nachten blijven in een resort tussen de rijstvelden. We komen aan in Ubud en gaan ergens zitten om wat te drinken en even te kijken hoe we bij het hotel moeten komen. De serveerster vraagt ons of ze kan helpen dus we leggen het uit. Ze zegt dat ze wel een chauffeur weet en voor we kunnen reageren is ze al weer weg. Even later komt de chauffeur aan en brengt ons waar we moeten zijn. Vlak voor het hotel stopt hij... zie je wel... nu worden we vermoord! Nee, hij trekt een geplastificeerde kaart tevoorschijn met allerlei fotootjes van tempels en watervallen. Hij probeert in z'n beste Engels om ons te strikken voor de volgende dag om wat toeristische dingen te gaan zien. Vol walging kijken we elkaar aan en zeggen dat we juist níét die dingen willen zien. Z'n mond valt open en kijkt ons vragend aan. We willen dorpjes zien, mooie landschappen, mensen die gewoon hun leven leiden... ik denk dat hij het snapt en belooft ons morgen om 8:00 op te pikken. We zijn een beetje huiverig maar toch goedgelovig genoeg om ja te zeggen. We spreken een prijs af, die hij morgenochtend voor de helft krijgt. We onderhandelen niet al te strak en komen uit op €20,- pp. 

 

Het resort waar we zullen slapen is schitterend en mega-zen. Iedereen praat op gedempte toon en er is een zwembad met een enkel stelletje die uitgebreid elkaar aan het fotograferen zijn. Nouja, het uitzicht belooft een paar dagen genieten!

De lokatie is wat buiten het centrum van Ubud gelegen dus we besluiten vandaag in het resort te eten en wat aan het zwembad te hangen. Dat lukt vrij aardig.

De volgende dag haalt onze chauffeur ons netjes op tijd op. Hij is wat zenuwachtig want ook hij was even bang om opgelicht te worden. Nee hoor, we geven hem de helft van zijn geld alvast en een zucht van verlichting klinkt. Tijdens het rijden kletsen we gezellig met de chauffeur en z'n Engels wordt steeds iets beter. Kadek is zijn naam. We rijden langs mooie rijstvelden en leuke dorpjes. Na een aantal uren van stoppen, uitstappen en doorrijden, stoppen we ergens om te lunchen. We nodigen Kadek mee naar binnen en die wuift ons weg en zegt niets te hoeven. Als we zeggen dat wij trakteren, valt weer z'n mond open en schieten duidelijk de tranen bijna in de ogen. Hij kan het niet geloven en loopt gewillig mee naar binnen.

We kletsen gezellig over van alles en nog wat. De vriendin van Kadek woont in Kuta en na de zomer gaan ze trouwen en samenwonen. Na een gezellige lunch belt Kadek zijn vriendin om trots te vertellen wat hem is overkomen. Dan rijden we verder en komen aan bij weer een dorpje. Kadek vertelt dat hij hier woont. Wauw, nu valt onze mond open. Hij laat ons het huis zien, maar omdat z'n vader niet thuis is neemt hij ons niet mee naar binnen. Geeft niets, dit is al geweldig. Op het erf staan wat rieten manden met mooie hanen, die zie je hier overal. Vol trots wordt verteld dat het winnaars zijn.

Iets verderop ligt de groentetuin van Kadek. We krijgen een banaantje van z'n eigen boom die smaakt overheerlijk rijp en zoet. Ook laat hij ons z'n koffiebessen/boontjes zien waar ik er een paar van meeneem als aandenken.

We zijn na zo'n dag roadtrippen behoorlijk moe en vragen Kadek om terug te rijden naar ons resort. Daar wisselen we contactgegevens uit en betalen we z'n tweede deel, plus een huwelijkscadeautje.

Sprakeloos en met natte ogen krijgen we de dikste knuffel en nemen we afscheid. Moe maar voldaan komt een zeer indrukwekkende dag ten einde. 

 

Vanuit ons resort boeken we onze volgende bestemming: Gili Air!

Als we wakker worden ontdekken we vlak voor ons vertrek dat het guesthouse dat we hebben geboekt dubbel geboekt is en geen plek meer voor ons heeft. Lichtelijk gespannen vertrekken we toch naar de haven van Padang Bai, waar we de public boat naar de Gili eilanden nemen. We zullen wel zien hoe het loopt. CHILL!

De boot is open en er passen zo’n 20 personen op, allemaal locals. De zee is vrij onrustig maar de frisse zeewind voelt heerlijk. Bij Gili Trawangan stappen we uit, want we moeten overstappen. Met de benen in het water en de rugtassen omhoog. Gili Trawangan is een echt backpackers eiland, dat is duidelijk te zien aan de mensen die hier versuft met hun kater onder de arm rondlopen. 

We verkennen de omgeving een beetje en na een uurtje pakken we de volgende boot die ons naar Gili Air brengt. In het idyllische haventje proberen we zo snel mogelijk wifi te vinden want we hebben geen slaapplaats en we zijn behoorlijk moe van het reizen. Inmiddels is het 16:30 en leven we al de hele dag op koekjes.

Een leuke guesthouse een stuk verderop heeft nog plek, we boeken twee nachten en houden een paard en wagen aan om ons daarheen te brengen. Op de Gili eilanden rijdt geen gemotoriseerd vervoer, enkel fietsen en paardenkarren. Geweldig!

Het pad is vreselijk hobbelig maar toch vermakelijk door de belletjes en tierlantijntjes aan de kar. De oude kreukelige man met ingevallen wangen die ons rijdt probeert een praatje te maken. Met drie tanden in zijn mond vertelt hij in gebrekkig Engels over zijn even oude paard die er net zo doorleeft uit ziet als hij. We genieten. Een ritje van vijf minuten kost ons twee euro en dat betalen we met liefde.

De bamboe cottages waar we verblijven zijn geweldig, er zijn zo’n tien mini-huisjes met openlucht badkamer en dito toilet, een sfeervol zwembad en een restaurantje aan zee met heerlijke reggae muziek. Waaah, hier gaan we ons wel even vermaken. 

De daaropvolgende dagen doen we bijna NIETS. We snorkelen wat samen met de schitterende vissen, wat koraal en als je geluk hebt: schildpadden. Nope, not today.

 

Verder lopen we in twee uur een rondje om het eiland over het strand, sjeemig wat een hoog bounty-gehalte! Het is waanzinnig warm dus de wandeling van twee uur heeft ons behoorlijk uitgeput. Gelukkig is daar de verfrissende zee en… Bintang op het lounge terras aan het strand. This is the life. We boeken een nachtje bij en na drie nachten vertrekken we weer met de public boat naar het 'vaste land'. 

Lombok is onze volgende bestemming. Op de boot ontmoeten we twee Chilenen die graag een foto van ons willen maken. We vertellen ons over Chili en waar ze precies vandaan komen.

Bij aankomst aan wal zeggen we gedag en lopen een stukje het haventerrein af. Daar verderop schijnen de taxi’s goedkoper te zijn, dus we lopen langs de weg richting het dorp. Ineens stopt er toeterend een pick-up truck met daar in de achterbak de twee Chilenen! We rijden een stukje met ze mee en nemen wederom afscheid.

Een taxi brengt ons naar Sengiggi waar we een hotel hebben geboekt voor drie nachten. We droppen onze bagage en gaan snel het stadje in voor een hapje eten. Bij een leuke hostel eten we de lekkerste vegetarische curry ooit. Ik bezoek even het toilet en jawel, ook deze voldoet aan de verwachtingen: achter een gammel deurtje zonder slot bevindt zich een pot met kapotte bril, geen wc papier en een emmertje om door te trekken. Handen wassen is er niet bij, maar gezien het deurtje maakt dat ook niet zoveel verschil bedenk ik me. Ik ben het inmiddels gewend.

 

In het hotel waar we verblijven, zitten veel Koreanen. Ze zijn erg luidruchtig en bezitten het complete zwembad. We besluiten maar niet al te veel in het hotel te blijven en proberen wat activiteiten te zoeken voor de komende dagen. Ook in dit stadje heeft Perama een kantoortje, daar boeken we een dagtour over een gedeelte van het eiland. Tot nu toe zijn we weinig Nederlanders tegen gekomen, maar de tour maken we met drie anderen: Limburgers.

Het is een gezellige dag, we bezoeken een klein stadje en geweldige rijstterrassen. Bij een wandeling door een natuurgebied ontmoeten we wat jongetjes die lekker in hun blootje in de rivier zwemmen. Ze dagen ons uit en na ze een paar keer van de brug af te hebben gegooid lopen we verder. We worden door de plaatselijke tourguide gewezen op een schattig klein huisje midden in de bossen. Je zal er maar wonen, zeggen we nog tegen elkaar. Het blijkt zijn eigen huis te zijn. Hij leidt ons er rond en we ontmoeten zijn omaatje van 89 die meteen haar hand voor haar mond doet. Ze kauwt op betelnoot en haar mond is helemaal rood, ze schaamt zich hiervoor, maar zodra ze doorheeft dat we er niet van schrikken durft ze breeduit te lachen. De jonge tourguide heeft geiten, kippen en uiteraard mooie hanen. Ook probeert hij een eigen koffieplantage aan te leggen, maar dat lukt nog niet zo. We lopen weer door en als we bij de zoveelste schitterende waterval aankomen stelt de jongeman zich ook voor aan zijn moeder en zijn zus, die bij de waterval in een klein kraampje werken. We maken wat foto’s van de omgeving en elkaar en lopen voldaan weer terug naar het busje.

Normaal zijn we totaal niet van de dagtours maar deze hadden we zeker niet willen missen, wat een dag!

Even buiten Sengiggi ligt een superrelaxed barretje aan het strand. We nemen hier een taxi naartoe en genieten van de ondergaande zon en een heerlijke versbereide pizza! Een bidsprinkhaan trekt onze aandacht. Hij probeert een krab te vangen maar uiteindelijk is de krab hem te snel af. Wat een lol. In de bar waar we de volgende dag weer zijn is life muziek. De uitspraak van de Engelse liedjes is hilarisch en ook vanavond vermaken we ons met tranen in de ogen. Wahaha Indonesië rules!!


Na lang wikken en wegen hebben we besloten om toch naar Kalimantan te vliegen. Mijn eerste idee was om daar onze gehele reis door te brengen, maar uiteindelijk hebben we hier toch van afgezien. Kalimantan, het Indonesische deel van Borneo is zo onnoemelijk groot, dat bewaren we voor onze wereldreis.

Via Surabaya vliegen we naar Banjarmasin waar we graag de drijvende markt willen bezoeken. Dit gebied is nog zo puur dat we direct merken dat we door iedereen worden aangestaard. Vooral onze blanke huid en blauwe ogen trekken veel bekijks. Indonesië is een overwegend Islamitisch land, alle dames dragen een hoofddoek en te veel blote huid is niet op zijn plaats. Ik heb helaas alleen hele korte broeken en één lange broek bij me, dus kies toch maar voor de lange broek. Zeker op dit eiland waar ze geen toeristen gewend zijn, pas ik me zoveel mogelijk aan. De stad Banjarmasin is heel erg groot. Er is geen stadskern, alleen maar straten met vreselijk veel verkeer. De taxichauffeur die ons naar het hotel brengt rijdt als een achterlijke idioot met een doodswens. Behoorlijk bezweet komen we aan bij ons hotel en hebben eigenlijk nog niets moois kunnen ontdekken. 

In de namiddag besluiten we wat rond te lopen. Overal waar we kijken is hetzelfde… drukte, verkeer, gebouwen. Geen restaurantjes, winkels, barretjes. Een mini-market met wat etenswaren en een groot lelijk winkelcentrum met kledingwinkels, dat is het. Mensen hier eten niet?

We lopen naar de rivier waar we terechtkomen bij een soort reptielenshow. Mensen lopen hier met hun rare hagedissen en slangen, muisachtige diertjes en egels rond. 

Als ‘blanken’  trekken we meteen de aandacht, dus ik krijg een enorme gele slang in mijn nek en mag ik een varaan aan een lijntje houden. Iedereen staat om ons heen, wat een gekte. Zelden zagen ze zo’n reus als Jos en die blanke huid, die blauwe ogen… Iedereen wil ons de hand schudden, met ons op de foto en we mogen de meest vreemde dieren vasthouden. Jos krijgt zelfs een baby in zijn armen geduwd voor de foto. Waanzin! We voelen ons net supersterren. 

Als we weer weg gaan, worden we uitgezwaaid en hebben we wel honderden selfies laten maken en handen geschud.

Nog in shock lopen we naar de overkant van de rivier waar we wat etenstentjes zien staan. Ook hier worden we nog net niet om onze handtekening gevraagd en als we later in ons bed liggen kunnen we deze ervaring gewoon niet geloven.

 

’s Morgens moeten we al om vier uur op. Via het hotel hebben we een trip naar de drijvende markt geregeld. We worden in het pikkedonker opgehaald en naar een vaag boothuis gebracht waar het gebruikte servies compleet met etensresten nog op tafel staat van zichtbaar een hele grote groep mensen. Achter het boothuis ligt een klein bootje waar we op moeten wachten (niemand spreekt hier Engels hè, dus dit alles ging met handgebaren). Na niet al te lange tijd verschijnt de schipper en varen we weg. Terwijl we in doodse stilte genieten van de langzaam oplichtende hemel kijken we vol verbazing naar de huizen op palen langs de lange rivier. Iedereen wordt wakker. Tijdens de trip van ruim drie kwartier zien we hoe de ene op het toilet boven het water zijn behoefte doet en de volgende het water gebruikt om z’n tanden te poetsen. De woningen staan op palen en zijn erg verschillend in bouw. Ook huizen die half in het water zijn gezakt worden nog gewoon bewoond.

De zon komt langzaam op en terwijl de lucht alle kleuren krijgt zien we in de verte de eerste bootjes al drijven. De silhouetten vormen een adembenemend mooi uitzicht tegen de roodgekleurde lucht. We drijven met onze boot rond tussen de bootjes met koopwaar. De dames in bontgekleurde kleding verkopen ons wat heerlijke versnaperingen en gaan weer verder met hun onderlinge handel. Een tros bananen wordt geruild tegen wat brood en die verse vis tegen wat gefrituurd goed. Ondertussen wordt er gezellig gekletst en komen er steeds meer bootjes bij.

Ook al kunnen we er bijna geen genoeg van krijgen, na een aantal uren houden we het toch voor gezien.

Compleet gelukkig varen we terug terwijl we de huisjes aan de kade nu eindelijk eens goed kunnen bekijken.

 

Weer zo’n ongelooflijke dag.

Hoe leuk we het ook hebben gehad, we besluiten dat we te weinig tijd over hebben om meer van Kalimantan te bekijken. Niets van te voren boeken blijkt op een eiland als Borneo toch niet zo handig. Niemand spreekt Engels, dus als je ergens wil komen kost dat heel veel tijd. Ook op Java hadden we eigenlijk meer willen zien, maar omdat we niet veel keuze hebben in vluchten kiezen we ervoor om dan maar weer terug te vliegen naar Bali. We komen zeker tijdens onze wereldreis terug naar Indonesië dus dat bewaren we dan maar.

Deze keer boeken we een hotel in Sanur. De stranden zouden daar waanzinnig mooi zijn en het stadje oergezellig. Bij aankomst worden we meteen geconfronteerd met een heel ander soort aandacht: Taxi? Taxi? Taxi? Hello massage? Pff…

Het hotel of beter gezegd resort is schitterend, midden in het stadje tussen de mooie bloemen en palmbomen liggen een aantal beschutte appartementjes aan een tof zwembad en een sfeervol restaurant. Hier nemen we een massage en genieten weer eventjes van de rust. Oja, vakantie… dan moeten we ook af en toe even niets doen.

 

Aan deze kant van het eiland is een schildpadden opvang. Het is moeilijk te vinden maar de taxichauffeur geeft niet op en belt iemand die het hem uitlegt. Bij aankomst worden we hartelijk ontvangen en rondgeleid. We zien er de mooiste schildpadden die gered zijn uit diverse nare situaties. Een heeft er in een plastic ring vastgezeten en heeft een vergroeid schild, de ander is door een schroef van een boot geraakt en was de helft van zijn schild kwijt. Allemaal vrijwilligers die fantastisch werk doen. Om de schildpadcijfers op pijl te houden kun je tegen betaling een klein schildpadje in de zee vrijlaten en steun je tegelijk het opvangcentrum. We kregen een plastic bakje en mochten tussen de vele mini’s een snelle zwemmer uitkiezen. Onze rakker heeft er zin an en we noemen hem Eddie, naar de vrijwilliger die ons rondleidt. In z’n bakje met water kan Eddie zich nauwelijks rustig houden en spartelt er op los. Bij twee medewerkers van de opvang worden we achterop de brommer naar een afgelegen stukje strand gebracht waar we onze uk een behouden vaart wensen. Als een bezetene zwemt hij door het klotsende water de horizon te gemoed en zien we in de verte nog een keer z’n schildje boven komen. Zo mooi…



Na een paar relaxte dagen op Bali vliegen we terug naar Java waar we twee nachten in Bogor verblijven. Jos zijn vader heeft hier ooit gelegerd gezeten, dus daar wilden we graag naartoe. Bogor heette vroeger Buitenlust, de stad is niet heel bijzonder maar heeft een grote botanische tuin die twee eeuwen geleden door een Nederlander werd ontworpen. Midden in het park staat een enorm paleis verscholen. 

Zoals overal in Indonesië is het verkeer echt belachelijk. Als je dood wilt, moet je vooral proberen over te steken... De stad heeft verder ook niet erg veel te bieden, het stonk er vreselijk en erg veel eetgelegenheden konden we er niet vinden. Een leuk tentje met een leuk uitzicht op het park, ze serveren daar pizza: een kartonnen bodem, wat ketchup en een paar plakjes kaas uit de magnetron, yeah!

Desalniettemin hebben van deze laatste dagen toch een mooie ervaring kunnen maken. Een bezoek aan de botanische tuin was de moeite waard. Hoewel we niets in bloei zagen, waren de mensen weer dolblij ons te zien. Jonge padvindertjes waren overal in het park in groepjes bezig met het voltooien van wat opdrachten. Ze moesten mensen interviewen en natuurlijk waren wij bij elk groepje afzonderlijk direct de pineut. Heel schattig hoe de kinderen allemaal met ons op de foto wilden. Sommigen durfden het niet te vragen, nouja… daar hebben we ze maar een handje geholpen door het zelf voor te stellen. De opgeluchte blikken zeiden genoeg. 

Ook de juf wilde dolgraag een foto met ons en een groepsfoto was natuurlijk helemaal geweldig.

 

We besluiten onze laatste dag via het hotel een chauffeur te huren voor een trip langs de theeplantages. Helaas blijkt onze chauffeur geen Engels te spreken dus hadden we weinig uitleg bij wat we allemaal zagen. De theeplantages in de omgeving zijn mooi om te zien. De zonnestralen schijnen over heuvels en de hier en daar een verdwaalde mistbank maakt het dal nog mysterieuzer. We wandelen wat rond en rijden verder naar een mooi uitkijkpunt waar mensen met een parachute naar beneden springen en ergens in de verte in het dal op de grond landen. Een lust voor het oog.

Ergens in een dorpje komen we ineens op een filmset van een soapserie terecht, we worden direct uitgenodigd om mee te kijken, waaahh hoe grappig dit!

 

En na een heerlijke dag vol nieuwe ervaringen belanden we op de terugweg in een opstopping. Het is een smalle weg en wat er precies aan de hand is weet niemand, maar we staan stil. Zodra de auto’s voor ons weer beginnen te rijden start de chauffeur de auto en net op dat moment parkeert een politieagent zijn motor pal voor onze auto, midden op de weg. De agent loopt op z’n dooie akkertje met de nodige arrogantie naar het daarnaast gelegen eettentje en gaat daar eens even lekker genieten van een kopje koffie. Tja, op zo’n moment vliegt er vanalles door je hoofd, maar de chauffeur legt zich er direct bij neer en neemt een comfortabelere positie in. Dit kan wel even gaan duren.

 

Na een uur braaf te hebben gewacht komt de politieagent terug, kijkt relaxed wat in het rond, start zijn motor en rijdt weg. Dus…. we kunnen gaan.

Moe maar voldaan komen we terug en na een hapje eten belanden we voor de laatste maal in ons Indonesische bed.

 

Onze terugvlucht vanaf Jakarta was heel verrassend. Omdat we als ‘frequent flyer’ van KLM op de heenweg geen gebruik hebben kunnen maken van de TV schermpjes, mochten we ter compensatie het eerste stuk, tot Kuala Lumpur, businessclass vliegen. WAAHHHH serieus?! Ja echt, zo vet! In de twee uur (veeeeeeel te kort) durende vlucht hebben we volop genoten van bubbels, een stoel die volledig plat kan en een enorm TV-scherm, god wat is dit tof zeg! Toen we bij aankomst in Kuala Lumpur afdropen naar Economy Class, kregen we nog wel het felbegeerde huisje mee, waar we de rest van de vlucht naar hebben kunnen kijken genietend van wat we allemaal hebben meegemaakt.

 

Terima kasih Indonesia!

Zin in meer reisverhalen? Check al onze ervaringen!


-